wat is bloedserieus? Wat doen zij? Wat is het doel?
Een organisatie van studenten van Leuven die samen met het Rode Kruis Vlaanderen werken ter bevordering van het bloed geven. Zij organiseren de studentenbloedinzamelingen en een week vol activiteiten om studenten-bloedgevers over de drempel te helpen. Het verzamelen van grote hoeveelheden bloed op deze week en het aantrekken van regelmatige donoren.

Bloed geven: Hoe? Wat? Waarom?

Waarom bloed geven?
Jong bloed doet goed!
Het hoofddoel van Bloedserieus is niet om enkele keren per jaar een grote slag te slaan. We willen mensen over de drempel heenhelpen om zo de groep trouwe donoren uit te breiden! Jongeren zijn zwaar ondervertegenwoordigd onder de bloedgevers, hoewel zij net zeer geschikte donoren zijn en bovendien zijn ze de grootste 'afnemers' van donorbloed gezien de weekendongevallen. Jaarlijks valt ongeveer 10% van de donoren weg, bijvoorbeeld omdat ze de leeftijdsgrens bereikt hebben of ziek zijn geworden. Het Rode Kruis is dus steeds op zoek naar nieuwe donors. Omdat 18 de wettelijke minimumleeftijd is, is ons werkterrein logisch: de universteitssteden concentreren immers een studentenpopulatie vol jong, onstuimig bloed.
Het rode kruis heeft je nodig!
Elke dag zijn er mensen die bloed nodig hebben: bij een operatie, een bevalling, een verkeersongeval... maar ook voor leukemiepatiënten, mensen met bloedarmoede, hemofiliepatiënten,... zijn bloedproducten onmisbaar. Synthetisch bloed is nog steeds niet beschikbaar zodat tekorten verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Bloed kan slechts 35 dagen bewaard worden, het Rode Kruis organiseert dan ook regelmatig inzamelingen.
Na de inzameling wordt het bloed grondig gecontroleerd en zorgvuldig bewaard. Het bloed wordt gescheiden in zijn bestanddelen: door één zakje bloed te geven help je dus méér dan één patiënt! De rode bloedcellen worden toegediend aan ziekenhuispatiënten die een tekort aan bloed hebben, zoals mensen met bloedarmoede of slachtoffers van verkeersongevallen. Het plasmagedeelte wordt verder verwerkt tot tal van geneesmiddelen. Je kan hierover verder meer lezen. De bloedplaatjes zijn vooral nodig voor leukemiepatiënten, patiënten met ernstig bloedverlies, mensen die een transplantatie hebben ondergaan of die chemotherapie volgen. Bloedplaatjes kunnen slechts 5 dagen bewaard worden. Je kan je opgeven als bloedplaatjesdonor. Deze mensen worden opgeroepen als het nodig is.
Plasma als bron van genezing
Zoals eerder vermeld wordt uit plasma een heel gamma van geneesmiddelen bereid. Stollingsfactoren bieden hemofiliepatiënten een quasi-normaal leven en ook vrouwen met ernstige bloedingen na een bevalling kunnen zo worden geholpen. Antistoffen die ziekten bestrijden, bijvoorbeeld tegen tetanus en geelzucht. Eiwitpreparaten, zoals albumine, die onder meer nuttig zijn voor brandwondenpatiënten en mensen in shock. Het virusgenactiveerd plasma wordt in zijn geheel toegediend bij patiënten die een zware heelkundige ingreep moeten ondergaan. Er is veel meer plasma nodig dan dat afkomstig uit bloedgiften. Daarom zijn er ook vrijwilligers nodig die uitsluitend plasma geven. Je mag immers meer en vaker (elke 14 dagen als je dat wil) plasma dan bloed geven, omdat je de bloedcellen terugkrijgt: je lichaam heeft dan maximum 4 dagen nodig om alle stoffen weer aan te maken. Plasma kan worden ingevroren en is dus langer houdbaar.
Magda of magda ni?
Da mag!
Iedereen in goede gezondheid tussen de 18 en 65 jaar mag bloed geven. Voor elke bloedgift wordt de conditie van de bloedgever onderzocht. De arts onderzoekt onder andere het gewicht (minimaal 50kg) en de bloeddruk.
Da mag ni!
Je mag ( ev. tijdelijk) geen bloed geven als
  • je AIDS-risicogedrag vertoont (zie verder)
  • je minder dan 2 maand geleden bloed hebt gegeven
  • je diabetes-patient bent en behandeld wordt met insuline
  • je recent een piercing of tatoeage hebt laten plaatsen
  • je recent in malaria-gebied bent geweest en/of hiervoor medicatie hebt genomen
  • je lijdt aan hart- en vaatziekten, bloedziekten, gezwelziekten, nieraandoeningen, neurologische aandoeningen of zenuwziekten
  • je lijdt aan Hepatitis A, B of C, rode hond, mononucleosis, herpes of geslachtsziekten
  • je pas een operatie of bevalling achter de rug hebt of bloed hebt gekregen
  • je recent (gedurende het afgelopen jaar) een tekenbeet hebt gehad
Verder kunnen ook je gewicht, bloeddruk en eventuele medicijnen die je neemt belangrijk zijn. Voor je bloed geeft krijg je een medische vragenlijst die je samen met de transfusiearts overloopt. Deze beslist dan of je bloed mag geven. Ook wordt je gewicht gevraagd (bepaald de hoeveelheid die je kan missen) en je bloeddruk gecontroleerd. Als je twijfelt kom dus gerust naar de bloedafgammas, de dokter legt je alles nog eens haarfijn uit! Je krijgt in elk geval het verrassingspakket voor de moeite.
Wat is aids-risicogedrag?
Op de bloedafgammas krijg je een informatiefolder over AIDS. Om het bloed zo veilig mogelijk te maken vraagt het Rode Kruis uitdrukkelijk dat iedereen die Aids-risicogedrag vertoont of vermoedt met het Aids-virus in aanraking te zijn geweest, zich absoluut zouden onthouden van bloed, plasma of bloedplaatjes geven. Dit is heel belangrijk omwille van de vensterperiode (zie verder).
Nog eens benadrukken dat het GEVEN VAN BLOED ABSOLUUT VEILIG IS ! Voor elke bloedgever is er nieuw, steriel materiaal.
Dankzij de aidsvoorlichtingscampagnes en de verantwoordelijkheid van de bloedgevers behoort het belgische bloed bij het veiligste ter wereld. Het risico dat met HIV besmet bloed in ons land via transfusie ter beschikking komt, wordt geschat op één bloedzakje per 2 3 miljoen zakjes.

Wat is AIDS en hoe wordt het doorgegeven?
Aids is de afkorting van 'Acquired Immune Deficiency Syndrome' of 'Verworven Immuun Deficientie Syndroom'. AIDS is een zeer ernstige, besmettelijke ziekte veroorzaakt door het HIV-virus (Humaan Immuun-deficiëntie virus), ook het aids-virus genoemd.
De ziekte tast de immuniteit of het verdedigingssysteem van de patiënt aan: een aids-patiënt is niet langer in staat zich te verdedigen tegen binnendringende ziektekiemen. Tegen Aids bestaat op dit ogenblik nog geen vaccin of doeltreffend geneesmiddel. De ziekte blijft voorlopig nog ongeneeselijk.
Een besmetting met het aids-virus vindt meestal plaats door onveilig seksueel contact met een besmet persoon of door contact met besmet bloed. De periode tussen besmetting en het tot uiting komen van de ziekte kan jaren duren. In deze sluimerende periode kan een persoon die besmet is met het virus, maar nog niet ziek is, gezonde mensen verder besmetten.
Vensterperiode?
De vensterperiode is de tijd die verloopt tussen het moment van de eigelijke besmetting met het aids-virus en het tijdstip dat de antistoffen, gevormd door het lichaam tegen het virus, via de aids-test aantoonbaar zijn. Men schat deze periode op gemiddeld 4 weken met uitsprongen van 3 tot 6 maanden. Na recente infectie is het dus mogelijk dat de merktekens in het bloed nog niet op te sporen zijn. Daarom vraagt het Rode Kruis uitdrukkelijk dat iedereen die Aids-risicogedrag vertoont of vermoedt met het Aids-virus in aanraking te zijn geweest, zich absoluut zou onthouden van bloed, plasma of bloedplaatjes geven.
Wat is risicogedrag
U mag nooit bloed geven als:
  • U HIV-seropositief bent of aids hebt
  • U als man sinds 1977 seks heeft gehad met (een) andere man(nen)
  • U ooit drugs heeft gespoten
  • U lijdt aan hemofilie
  • U aan prostitutie doet of deed
U mag geen bloed geven als:
  • Uw seksuele partner HIV-seropositief is of AIDS heeft
  • Uw seksuele partner als man ooit seks heeft gehad met (een) andere man(nen)
  • Uw seksuele partner ooit drugs heeft gespoten
  • Uw seksuele partner lijdt aan hemofilie
  • U bezorgd bent over risicodragende seksuele contact(en) en wilt weten of u besmet bent (voor een Aids-test kan u steeds terecht bij uw huisarts)
  • U niet op de hoogte gebracht wilt worden van een afwijkende test
  • U meerdere of wisselende seksuele partners heeft
  • U, als inwijkeling na 1977, afkomstig bent uit een land waar AIDS veel voorkkomt (te bespreken met de geneesheer)
  • Uw seksuele partner afkomstig is uit een land waar AIDS veel voorkomt (te bespreken met de geneesheer)
12 maanden na het beëindigen van één van deze verhoogde risicogedragingen komt u als donor opnieuw in aanmerking. (te bespreken met de geneesheer)
U mag TIJDELIJK GEEN bloed geven als:
  • U de laatste 4 maanden een nieuwe seksuele partner had
  • U de laatste 4 maanden een piercing of tatoeage liet plaatsen
  • U zich verwond heeft met een scherp voorwerp waarop mogelijk bloed zat van een andere persoon
  • U verbleven heeft in een land waar AIDS veel voorkomt. (te bespreken met de geneesheer)
Als u vragen heeft omtrent aids-risicogedrag of als u twijfelt of u voor een bloedgift in aanmerking komt, mail ons dan op bloed@rodekruis.be of bel ons op 016/31.61.61. Als u echter voor uzelf een Aids-test wenst te laten uitvoeren, kan u hiervoor terecht bij uw huisarts.
Voor alle mogelijke informatie rond aids kan u steeds beroep doen op www.sensoa.be
Bloedbestemmingsformulier
Stel: enkele vrienden gaan samen naar een bloedinzameling. Tijdens het lezen van de folder herkent één van hen zich in het beschreven risicogedrag. Door sociale druk kan het dat hij niets aan de dokter durft zeggen en toch beslist bloed te geven. Om dergelijke gevoelige situaties op te vangen, krijgt elke bloedgever vooraf een 'bloedbestemmingsformulier'. Dit formulier heeft enkel een nummer, identiek aan het nummer van het bloedzakje. Hierop vult de bloedgever in of hij al dan niet risicogedrag vertoont. Vervolgens stopt hij het dichtgevouwen in een daarvoor bestemde, verzegelde bus. Niet-veilige zakjes worden later in het bloedtransfusiecentrum verwijderd.
Tot slot...
Wanneer u NA HET BLOEDGEVEN TOCH TWIJFELT aan de juistheid waarmee u de medische vragenlijst heeft ingevuld, contacteer dan a.u.b. zo snel mogelijk uw bloedtransfusiecentrum. Zo kan tijdig beslist worden of uw bloed al dan niet mag aangewend worden voor patiënten.

Het Rode Kruis dankt alle personen die hun verantwoordelijkheid opnemen en geen bloed, plasma of bloedplaatjes geven omwille van eventueel risicogedrag voor Aids omdat zij op deze wijze meewerken aan de veiligheid van de bloedtransfusie.
Naast bloed ook plasma
Wat is plasma?
Plasma is een belangrijk bloedbestanddeel. Het totale bloedvolume bestaat immers voor 55 % uit plasma, de gele vloeistof die zich bevindt tussen de vormelementen (rode en witte bloedcellen, bloedplaatjes). Het bestaat voor 93 % uit water en voor 7 % uit opgeloste stoffen. Deze laatste omvatten naast voedingsbestanddelen (suikers en vetten) en afvalprodukten van onze stofwisseling vooral regulerende stoffen: hormonen, vitaminen en eiwitten. Het zijn deze eiwitten (stollingsfactoren, albumine en gammaglobulinen) die in een noodsituatie als hulpmiddel worden toegediend.
Hoe verloopt een plasmagift?
Wel, er zijn 2 mogelijkheden: een manuele en een automatische. Het principe is voor beide gelijk. In een eerste fase wordt een kleine hoeveelheid volledig bloed afgenomen. Door centrifugatie wordt het plasma afgescheiden van de vormelementen. Deze (de rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes) krijg je terug. Het gele plasma wordt opgevangen in een plastieken verzamelzakje. Zowel bij de manuele als bij de automatische gift gebruikt men uitsluitend steriele materialen voor éénmalig gebruik.
Wat gebeurt er met het plasma?
Wel, er zijn 2 mogelijkheden: een manuele en een automatische. Het principe is voor beide gelijk. In een eerste fase wordt een kleine hoeveelheid volledig bloed afgenomen. Door centrifugatie wordt het plasma afgescheiden van de vormelementen. Deze (de rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes) krijg je terug. Het gele plasma wordt opgevangen in een plastieken verzamelzakje. Zowel bij de manuele als bij de automatische gift gebruikt men uitsluitend steriele materialen voor éénmalig gebruik.
... en beenmerg
Volwassenen, maar ook kinderen kunnen ernstige bloedziekten krijgen. Leukemie is veruit het meest voorkomend en ook het meest bekend. De initiële behandeling door transfusie van bloed of plasma lukt helaas niet bij alle patiënten. Sinds de mogelijkheid van beenmergtransplantatie bestaat, is de hoop op genezing voor een aantal patiënten aanzienlijk vergroot. Bovendien gebeurt op dit moment heel veel onderzoek naar nieuwe therapiemogelijkheden, zoals stamceltherapie, therapie d.m.v. navelstrengstamcellen en gentherapie, waarvan de resultaten veelbelovend lijken te zijn.
Vele patiënten zijn echter tot hiertoe van een levensreddende beenmergtransplantatie uitgesloten omdat zij geen geschikte donor vinden. Het beenmerg van de donor moet overeenstemmen met het beenmerg van de patiënt, anders treden er afstotingsverschijnselen op. De kans om een gelijkaardig weefseltype te vinden is het grootst in eigen familie, maar dan nog is deze kans slechts 1 op 4. Daarom is het nodig dat beroep wordt gedaan op vrijwillige, onverwante donoren om een aantal patiënten te helpen. De kans om in de eigen Belgische bevolking een donor te vinden wordt geschat rond 1 op 50.000. De nationale donorenbank, die samenwerkt met banken uit vele landen, houdt bestanden bij met kandidaat-donoren met vermelding van het weefseltype per kandidaat. Het Belgische bestand bevat nog steeds onvoldoende vrijwillige kandidaat-donoren en dient steeds aangevuld en hernieuwd te worden, vandaar dat we ter gelegenheid van Leuven Bloedserieus de studenten ook attent willen maken op deze problematiek.
Hoe word ik beenmergdonor?
Iedere gezonde persoon jonger dan 50 jaar kan zich kandidaat stellen als beenmergdonor. Dan gebeurt aanvankelijk enkel een eenvoudige bloedafname, waarop de noodzakelijke typering van de witte bloedcellen gebeurt. De resultaten hiervan worden in een computerbestand opgenomen. Als een patiënt een donor nodig heeft, worden de universitaire computerregisters geraadpleegd, op aanvraag van een geneesheer. Bij het vinden van een verenigbaar weefseltype wordt de kandidaat-donor uitgenodigd voor een bezoek aan het donorcentrum, waar opnieuw zijn toestemming gevraagd wordt. Deze persoon kan zijn toestemming tot deelname aan het transplantatieprogramma nog intrekken tot op het ogenblik dat de conditionering van de patiënt start. Als hij besluit ermee door te gaan, voert men eerst nog de laatste gezondheidscontroles uit.
Hierna kunnen verschillende zaken gebeuren: het afnemen van beenmerg onder algemene verdoving of van beenmergcellen uit het bloed via aferese. Bij het afnemen van beenmerg wordt onder algemene verdoving ongeveer 5% van de eigen beenmergreserve opgezogen uit de bekkenbeenderen van de donor. Deze minimale hoeveelheid groeit binnen een paar dagen weer aan. Van de hele ingreep ondervindt de donor weinig hinder. Meestal is een kortstondige pijn en een tijdelijke stijfheid rond de prikplaatsen het enige hinderlijke gevoel. Sedert kort kunnen beenmergcellen ook uit het perifere bloed geoogst worden, met een eenvoudige bloedzuiveringsmachine ("aferese"). Deze methode neemt iets meer tijd in beslag voor de donor, maar biedt het voordeel dat hiervoor géén narcose nodig is. Uiteraard houden beide procedures voor de donor geen noemenswaardig risico, noch financiële inspanning in, bovendien is hij/zij beschermd door een verzekering. Wie meer uitleg wenst of wie zich als kandidaat-donor wil opgeven, kan steeds terecht bij de V.Z.W. SOFHEA (Sociaal Fonds voor Hematologische Aandoeningen), U.Z.Gasthuisberg, Herestraat 49, 3000 Leuven, tel.016/34.68.82.
Voor meer info...
www.redcross.be
© Copyright Bloedserieus